"augustus 2010"
 Juli
2010
 
September
2010
Zondag 1
Nog een klein stukje naar de grens. Daar zijn we uitgevaren voor vandaag. 's Middags kunnen de kinderen aan de wal spelen, ze maken een hut, fietsen en skaten er op los.

Maandag 2
Beginnen de dag met bunkeren, alles was zo goed als leeg na de Bourgogne reis. De buren die een week voor ons in Bologne hadden geladen komen we nu weer geladen tegen. Ze gaan nog eens naar het zuiden. Aan Merelbeke zie ik op de elektronische peilschaal dat het water beneden de sluis al erg ver weggevallen is. Dat valt tegen. Ik durf het niet aan om nog naar buiten te varen, want het is nog lang geen laagwater. Het zal dus snel nog verder zakken.

Dinsdag 3
Als een normaal mens gaat slapen start ik de motor weer, fijn zo een getijde rivier. Als nachtbraker de zeeschelde af, alsof dat nog niet erg genoeg is varen we af en toe door flinke mistflarden. De adrenaline en de koffie houden me klaar wakker. Precies als het tij op is zijn we in Steendorp en kunnen daar een paar uur slapen voor we de Rupel in gaan. Tenminste dat had ik gedacht, want de buren waar we langszij liggen vertrekken wat eerder als mijn schema. Eenmaal los gaan we meteen maar verder. Op het gemakje de Rupel op, dan de Dijle en het Zennegat. Omdat er op de losplek niet veel ligplaats is blijven we in Boortmeerbeek liggen.

Woensdag 4
Niet eerder dan het weekend lossen. We pakken de tent en zoeken een camping in de Kempen. Het is tenslotte nog vakantie voor de kinderen. Geen zin om uren in de auto te zitten, maar ook oom om snel terug aan boord te kunnen zijn als ze willen gaan lossen.

Donderdag 5
Naar bobbejaanland met de kinderen. 's Middags bellen ze dat ze ons al morgen ochtend om 11 uur los gereed willen hebben.

Vrijdag 6
Ik vaar het laatste stukje naar de losplek en 's middags gaat de pijp erin. 30 ton per uur loscapaciteit, dus 's avonds nog niet leeg.

Zaterdag 7
Vanmorgen verder met lossen. Het is lastig communiceren met de man van de pijp. Hij komt in ieder geval uit een oostblok land. De talen die ik spreek spreekt hij niet en andersom komen we ook niet verder. Dus handen en voetenwerk. Na 14 uur lossen dan toch leeg. Te laat om nog uit de Leuvense vaart te geraken vandaag. Dus nog even terug naar de camping.

Zondag 8
Eigenlijk stel je je ander weer voor bij een verblijf op de camping. Het is niet anders. We doen wat spelletjes. Dan, als het toch min of meer droog is, gaan we er op uit. De kinderen rijden een paar rondjes mee op een huifkar. Op de terugweg langs het strand. Het weer is iets opgeknapt.

Maandag 9
Dan is het tijd om in te pakken. Er moet weer gevaren worden. Bij het Zennegat is het druk met opvaart. Er ligt er ook nog één te wachten aan de Nete en Dijlemond. Nu we heer éénmaal zijn waren we de Nete op naar Duffel en Lier. Dan varen we de Royersluis mooi mis.

Dinsdag 10
Na 7 weken terug in Nederland, de internet verbinding heeft het druk. En dat gaat hier lekker snel. Eigenlijk had ik voor vandaag een zwempauze ingecalculeerd, maar het is werkelijk waardeloos weer.

Dinsdag 10
Na 7 weken terug in Nederland, de internet verbinding heeft het druk. En dat gaat hier lekker snel. Eigenlijk had ik voor vandaag een zwempauze ingecalculeerd, maar het is werkelijk waardeloos weer. Om het niet helemaal troosteloos te laten zijn varen we via de Hollandse IJssel, Gouda, Gouwsluis en Alphen aan de Rijn. Helaas blijkt daar een te hoge vrachtwagen een gedeelte van zijn lading te hebben verloren op de brug, zodat die niet open kan. Al snel liggen er een dertigtal jachten en een paar vrachtschepen te wachten. Als de rommel is opgeruimd blijkt de schade aan de brug mee te vallen en kan die weer omhoog. Zodat ook de vaart weer verder kan. Het is hier mooi varen, je vaart eigenlijk bij de mensen door de achtertuin. Langs de bloemkwekerijen van Aalsmeer en de herrie van Schiphol. Bij het Amsterdamse bos houden we het voor gezien.

Woensdag 11
Omdat de bruggen in de stad spits stremming hebben van 7 tot 9 (niet alleen voor spitsen gestremd) gaan we om kwart voor 6 de Nieuwemeersluis in zodat we net voor de stremming in de Houthaven zijn. Daar maken we nog even vast. We ontbijten, en dan haalt Henny boodschappen op de fiets, terwijl ik de auto op de roef zet en de andere spullen uit het ruim haal. Ik loop de smeernippels van het roerwerk na met de vetspuit. Dan naar de Aziëhaven om kolen te laden. Onderweg nog twee busjes smeerolie aan boord gebracht gekregen, want die moet ik nodig verversen. In de smeerolietank zat nog maar zo'n klein beetje dat ik niet toe zou komen. Bij aankomst op de laadplaats meteen de motor leeggepompt. Maar krijgen bezoek van de havendienst en tegelijk is de ijkmeester aan boord en staat de kraan al ongeduldig te wachten op het moment dat de eerste hap kolen in het ruim gemikt kan worden. Snel filter verwisselen, luiken verrijden, carter vullen, inmiddels is het opletten bij het afladen. Altijd een nauwkeurig karweitje. Beetje scheppen, als de ijkmeester klaar is kunnen we vertrekken. Schip schoonmaken want alles is zwart van het kolenstof. Achter ons waren ze ook kolen aan het laden, zodat voor de wind liggen niet veel soelaas bracht. Henny gaat er in de Houthaven weer af met de kinderen en ik vaar door naar Vreeswijk. Pfff beetje hectisch vandaag?? Hoe kom je erbij.

Donderdag 12
In de thuishaven pikken we ma op die een reisje mee vaart. Tevens de proviand wat aangevuld. We varen via het Merwede kanaal langs Gorinchem. Met het oog op een paar bestelde artikelen die inmiddels klaar liggen bij een bedrijf in Werkendam. Maar het lijkt er op dat ze met vakantie zijn want we krijgen niemand te pakken. De schildpadsluis doet zijn bijnaam weer eer aan. Al lijkt de Volkeraksluis sinds er 1 van de 3 kolken uit ligt ook flink zijn best te doen om die titel in de wacht te slepen. In Zijpe waar we de avond doorbrengen ligt een mooie omgebouwde viskotter waarmee ik in gedachten al een tochtje mee maak.

Vrijdag 13
Rustig weer om over Zeeland te varen het water kabbelt gemoedelijk rondom het schip. Net als we binnen zijn in Terneuzen veranderd dat en betrekt de lucht, niet veel later kletteren de hagelstenen op het aluminium stuurhutdak. Wat een hels kabaal maakt. Een telefoontje wat ik wilde plegen stel ik een moment uit. In Evergem is de oude sluis weer in gebruik. Dat is fijn dan maken we weer kans om binnen een uur tijd aan de andere kant te staan. Dat lukt ruimschoots, binnen het half uur zelfs.

Zaterdag 14
Tjonge wat is het rustig, we komen zowat geen schip tegen. Dat kan twee dingen betekenen. Het is vakantie tijd en de meeste schepen liggen, of er is verderop een sluis gestremd. Ik vermoed het laatste, want hoewel we op de Leie steeds moederziel alleen waren. Hebben we aan de eerste Franse sluis opeens de derde schutting. Niet veel verder maken we lekker vroeg vast het is tenslotte de laatste avond dat we met zijn allen zijn. De vakantie zit er alweer op.

Zondag 15
In Douai duurt het nogal lang voordat we beginnen met opschutten. Even later blijkt waarom. De sluiswachter meld ons dat sluis in panne gevallen is. En dat het wel een uurtje zal duren voordat de monteur er is. Dus het beste kunnen we achteruit de sluis weer uit en dan via de andere sluis opschutten. Gelukkig zijn er hier 2 sluizen. Die andere is net aan het opschutten met een jacht dat ook best met ons in de sluis had gekund, maar beroeps en pleziervaart moest apart geschut worden?

Maandag 16
Kent u de scene uit “bienvenu chez les Chti's” waar de hoofdrolspeler op de peage het bord “bienvenu en Nord-pas de Calais” voorbij rijdt en plotsklaps begint het pijpenstelen te regenen? Nou zulk weer hebben we nu. De herst heeft zicht aangediend, tussen de buien door regent het ook en we halen niet eens de 20 graden meer. Het schiet voor geen meter op en bovendien krijgen we ook nog een slecht familie bericht. Je hebt van die dagen die je zou willen overslaan.

Dinsdag 17
Als ik de mail even nakijk zit er een charter bij voor de volgende reis en een nieuwe charter van deze reis bij. Ik krijg 2 kwartjes bij de vrachtprijs, dat zie ik bij een bevrachter nog niet zo snel gebeuren. 's Middags het al héél lang geleden bestelde vaatje smeerolie ophalen en dan zijn er al 6 kwartjes van de vrachtprijs uitgegeven.

Woensdag 18
Menigeen was al ongerust over de hoeveelheid regen die gevallen is en wat dat dan met de waterstanden in de rivier zou doen. Maar hier op de Aisne loopt een klein drijvertje meer niet. Totaal geen sprake van vloedregime of hoog water. Sterker nog het staat hier bijna ieder pand 30 tot 50 cm lager als normaal. En dat net nu we lekker diep liggen. Dat het zo laag staat is wel te verklaren. De stuwen zijn hier nog de zogenaamde naaldenstuwen. Erg bewerkelijk En omdat er tegenwoordig niet meer voor iedere stuw een baragist is. Moet er een mobiele ploeg van stuw tot stuw reizen. Als het debiet van de rivier hard stijgt of zakt dan zijn ze eigenlijk altijd te laat. De Maas is ook zo een beruchte rivier, vaak de pandjes beneden peil. Het voordeel van hier is dat de bodem van het zachtere soort is. Zonder noemenswaardig te raken sluiten we bij de andere schepen die naar dezelfde losplek moeten aan.

Donderdag 19
Omdat de kraan voor het lossen van de vier schepen vandaag nog op een andere plek schepen moet lossen moeten wij allemaal wachten tot morgen. Op zich geen verrassing, dat was bij bevrachting al bekend. Dan hebben we tijd voor wat klusjes, even zwemmen en op restaurant.

Vrijdag 20
Wij zijn nr 4 om te lossen vandaag. Dus echt vroeg hoeven we niet paraat te zijn, maar het gaat best snel. En omdat we nog in Soissons liggen en het daarvandaan nog 4 km is zijn we gaan varen als bij nr 3 de eerste grijper er uit is. Wel grappig. Deze reis alweer een losplek waar we nog nooit eerder geweest zijn. Voor Bucy le Long moet je bij sluis Villeneuve het stuwgat in varen. Omdat het al even geleden is dat daar schepen gelost zijn en er anders dus niet gevaren wordt waren we wat bang voor de diepgang, maar dat bleek overbodig. Het is er zeker net zo diep als de rest van de Aisne. Wij zijn ook nog om drie uur leeg. Dan meteen achteruit naar de sluis en op naar Chalons. 's Avonds het kolen ruim schoongemaakt. Wat nog best een klus was. Als ik om middernacht klaar en zelf ook weer schoon ben is Henny nog niet terug van het kinderen en Roeland halen.

Zaterdag 21
We vertrekken vanaf de sluis Cys la Commune, aan het Canal lateral a l'Aisne, Oostelijk van Soissons, waar we gisteravond in het nachtelijk duister aankwamen. Een beetje duf van de korte nacht help ik met losmaken en de eerste sluis invaren. Het was vannacht een heldere hemel en nu is het wat nevelig. Flarden mist drijven over de weilanden en het water. De zon probeert er doorheen te komen maar dat lukt nog niet echt. Janarie wil gerst gaan laden in Chalon en Champagne, voor Lieshout in Noord-Brabant. Dus voorbij Bourg-et-Comin, varen we het zelfde stuk terug wat ik vorige keer gevaren heb. Bij Berry-au-Bac draaien we stuurboord het Canal de l'Aine a la Marne op. Ik probeer nog wat slaap in te halen en doezel tussendoor wat liggend op de luiken. Ze zijn al wat verwarmd door de zon. Een stuk verder breekt de zon echt door en gaat de korte broek aan en T-shirt uit. We varen zonder stuurhut en staan dus in de zon te bakken. Insmeren dus. Langs de sluis met de sluiswachter die bevriend is met Janarie. Christiaan en Sebastiaan staan al op de sluis, blijkbaar met bezoek. Drie kinderen van het bezoek besluiten een pandje mee te varen. Ze kletsen lekker in het Frans, eentje wijst op een "Lapin" (konijn) in het water. Er drijven regelmatig dode dieren in het water. Gelukkig spoelt het water redelijk door, bij elke sluis stroomt de omloop flink door. Bij de volgende sluis haalt Sebastiaan ze weer op. Ik heb ondertussen mijn T-shirt weer aan gedaan, ik verbrand toch her en der. Verder op door Reims, ik vaar onder de overkappingen door van de loshallen. Lekker een beetje schaduw. Vissers zijn daar niet echt blij mee. Er wordt hier wat afgevist trouwens! Janarie doet een tukkie achter op de stuurhut met het verzoek bij een erg lage brug te waarschuwen. Bij een metaalschrootverwerkingsbedrijf liggen nog steeds de karkassen van (franse?) rupsvoertuigen slordig op een hoop gestapeld, de meeste ondersteboven. Op sommige staat KFOR, blijkbaar nog in Bosnie gebruikt. Het deed mij denken aan de oude YP's die wij gebruikten in Libanon. Wel een beetje een roemloos einde voor voertuigen die het leven van vredeshandhavers hebben beschermd! Tussen de huizen ontwaar ik nu de kathedraal die ik vorige keer heb gemist. Erg mooi! We varen een soort afgemeerde drijvende blokhut met buitenboordmotor voorbij: het puntdak is bedekt met van die bitumensingles?! Nou ja? Verder gewoon een rechthoekige houten opbouw, met voorop een klein voordekje. De fietsen liggen op een soort imperial op het dak. Achter sluis 16 Wez stopt Janarie er mee. Eten en zwemmen! Het water is fris maar daardoor wel erg verfrissend. De kinderen dollen in het water en op het schip. In het veld aan de overkant zien we een persoon over een maïsveld vliegen. Blijkbaar hebben ze een kabelbaan gemaakt vanaf de watertoren van het dorp naar een torentje een flink eind verderop: het ziet er spectaculair uit! Nog even opdrogen in de zon en dan wordt ik geroepen voor een kaartspel. Later maak ik bij de invallende duisternis mijn verslag af, het is weer lekker fris aan dek, beneden is het te warm. De maan verlicht de omgeving sfeervol. De lucht is open, het zal wel afkoelen vannacht.

Zondag 22
We zouden later beginnen, om 08.00 uur ipv 07.00 uur, daar hier de sluizen op zondag pas om 09.00 uur aangaan. Als het aggregaat de rust wreed verstoort, kleed ik me aan en klim naar boven. We maken los, de anderen staan zich af te drogen, ze hebben blijkbaar al een duik genomen?! Het is wat bewolkt weer maar toch nog lekker van temperatuur. Een brug is niet hoger dan 3.60 mtr en ik moet bijna helemaal afstoppen om er zeker van te zijn dat we er onder door kunnen. Het gaat maar net, alleen de achterpiek is vol met ballastwater, voor niet. En als de steven er door heen is, het gas er vol op waardoor de achterkant wat zakt. Niet nodig maar wel instructief. We varen door het scheidingspand, Het Souterrain van Mont de Billy. Om tien voor negen mogen we er blijkbaar toch al door heen en springen bij het invaren de tl's in de tunnel aan. Een flinke koele wind waait ons tegemoet van de ventilatoren aan de andere kant. Aan de ander kant is het weer opeens veel donkerder, bij de eerste sluis van de volgende acht schiet er opeens een lichtflits door de lucht. Oh, zegt Janarie nog, dat is nog ver weg en even later begint het steeds harder te regenen. De afgebroken stuurhut afdekken met zeil en zelf een regenpak aan. Ik rol mijn broek op zodat die wat minder nat wordt. De temperatuur blijft prettig dus zo'n ramp is het nu ook weer niet. Met zo'n capuchon op kan ik niet werken dus even later heb ik een natte kop. Tussen de buien door droogt dat wel steeds een beetje op. We dalen af naar Condé sur Marne en zetten daar Henny met de twee internaatgaande kinderen af met de auto. Die moeten weer terug naar Nederland, Henny heeft er niet echt zin in, hoewel D het wel naar zijn zin had gehad: de afgelopen week was zijn eerste week op internaat en op school! Als Henny vanavond terug rijdt neemt ze meteen mijn vrouw mee. We keren en steken met z'n drieën het Canal Lateral à la Marne op, nog twee sluizen te gaan richting Chalons en Champagne, alhoewel hier de pandjes langer zijn. Ik vaar weer een stuk. Het weer klaart op en de zon prikt er weer doorheen. Zeiltjes er af en regenjas uit! Ik droog weer helemaal op. Bij een volgende sluis nemen we water in, we leggen het schip tussen de open staande deuren zodat de automatische sluis niet opeens verder kan met zijn programma. Meteen tijd voor een boterhammetje. Het duurt ruim een uur eer die benodigde 2 kuub water er weer bij zit. Daarna door naar Chalons en Champagne. Het jaagpad is ondertussen een keurig crème fietspad geworden, waarop gefietst, gejogd en gewandeld wordt. We varen voorbij de loswal waar al twee andere Nederlandse spitsen liggen te wachten op lading. Eerst draaien voor de eerste sluis in de stad en weer terug. Om 15.00 uur maken we vast. De buurman komt meteen een praatje maken en merkt een stuk touw in de schroef op. We maken het schip laadgereed: stuurhut er op en alle andere spullen uit het ruim. Eten en zwemmen. Ik vis het stuk touw uit de schroef terwijl Janarie de buurt onveilig maakt met zijn jetski. Ik probeer ook weer een stukje maar dat gaat me niet makkelijk af. Ik mis wat armkracht en mijn evenwicht is wankel. Als ik een recht stuk met flinke vaart vaar, voel ik me wel koning te rijk, met snelheid is de jetski makkelijker bestuurbaar. Janarie showt daarna nog zijn kunsten aan de willekeurige passanten op het fietspad en maakt nog een toertje met zijn jongste dochter. 's Nachts rond enen arriveert Henny, terug van de kinderen wegbrengen. Gelukkig voor haar heeft Marijke ook een stuk gereden.

Maandag 23
We zouden pas rond tweeën pas geladen worden, die twee wachtende spitsen zijn eerst. Als ik rond negenen boven kom, staat Janarie te discusieren met de twee andere schippers. Henny verteld dat ze in de veronderstelling waren dat die twee spitsen eerst geladen zouden worden maar de silobaas wil ons alleen vandaag beladen en die twee zijn pas woensdag of donderdag aan de beurt. Er is alleen vanmorgen een controleur aanwezig en die moet vanmiddag weer ergens anders zijn. Kortom, een verhitte discussie en die twee willen niet onder de laadpijp vandaan en houden zo de laadplaats in gijzeling. Dan, opeens komt Janarie terug gesneld en meldt dat het pleit in ons voordeel is beslecht: we gaan nu laden en niet vanmiddag zoals we dachten. De twee spitsen maken ruimte voor ons. Of ik baquetjes wil halen en croissantjes voor het ontbijt, vraagt Henny? Tijdens het laden ontbijten we en het nog warme brood smaakt heerlijk. Ondertussen arriveert een derde spits waarvan de schipper ook komt buurten. Tegen de middag zijn we vol, de 265 ton zit erin en Janarie regelt het papierwerk. De auto op de luiken en varen. Terwijl een vierde spits ook verderop gaat keren en hier blijkbaar ook komt laden, schuiven de eerste twee zich weer demonstratief onder de laadpijp. Dat kan nog heftig worden. We varen terug naar Condé sur Marne en ik spuit ondertussen het schip af. Bij Condé sur Marne heb ik tegenvaart, een groot plezierjacht dat ook het canal de l'Aine a la Marne inslaat. Bij het indraaien zie ik hen keren, voor de sluis kort achter de bocht. Ze trachten daar vast te maken. Bij het voorbij varen zie ik het grote jacht met zijn boeg met anker in het hekwerk van een voorliggend ander jacht prikken, paniek en consternatie! Het schip past er echt niet tussen maar dat zagen ze blijkbaar te laat. We beginnen aan de 8 sluizen naar de tunnel van Mont de Billy. Janarie werkt aan de computer en ik vaar weer verschillende pandjes, Janarie vaart het schip in de echte spitsensluizen. Bij een sluis zit een ijsvogeltje op de rand mij aan te kijken. Het invaren gaat tergend langzaam: we zitten flink vol, meer dan de voorgeschreven 1,80 mtr diepgang en het water stroomt moeilijk langs het schip de sluis uit, soms liggen we gewoon stil met draaiende motor en soms zelf worden we door het opgestuwde water terug gezet. Ik heb dus alle tijd om naar het ijsvogeltje te kijken. Prachtig beestje: blauwe kop en oranje lijfje. Ik ben benieuwd wanneer hij (of zij?) opvliegt. Wanneer ik langzaam naar een van de trossen grijp, schiet hij weg. Het weer slaat om, het regent verschillende keren flink. Aan het einde van de middag klaart het weer op, ik geniet met Marijke van het voorbij glijdende uitzicht op mijn favoriete plek, op de auto kraan. Op de heuvels aan de overkant van het glooiende dal staan velden vol met wijnranken, vast Champagne. Voor sluis 19 proberen we vast te maken. We komen niet aan de kant, het lukt me na enige pogingen om een tros om een bolder op de kant te gooien. We maken vast aan één bolder op de kant, het schip draait toch niet meer door de modder en passanten zijn er niet vannacht. Eerst zwemmen en we spoelen het stof van de gerst van ons af en dan eten. Het is weer heerlijk stil hier, geen verkeer, geen gerucht, alleen het kabbelende water dat door de overstort langs de sluis stroomt. Het lijkt wel een echt beekje. De duisternis valt in terwijl ik mijn verslagje typ

Dinsdag 24
Weer vroeg op, we doen de resterende 3 sluizen naar de tunnel. Daarna door naar Reims. Ik ververs op verzoek van Janarie de olie en het oliefilter van de twee aggregaten voorin. Heb ik ook even het gevoel dat ik zinvol bezig kan zijn. De olie komt er maar langzaam uit terwijl ik toch het aggregaat even heb laten lopen om de olie wat warmer te maken. Terwijl ik wacht op het leeglopen van het carter, heb ik alle tijd om naar mijn brillenkoker te zoeken die ik vorige keer hier bij hetzelfde werk ergens verloren ben. Tot mijn vreugde vind ik hem achter in een hoek, nog kraakschoon ook, een gelukkie! In de lage en krappe ruimte kan ik amper mijn relatief lang lijf keren en is het lekker om even in het geopende luik te staan, waar meer ruimte is. De scheepshoorn werkt onvoldoende, of ik daar even naar wil kijken? Een kleine compressor blaast lucht in de rvs hoorn. We testen de hoorn eerst met de grote compressor, dat lijkt redelijk te werken. Ik maak de kleine compressor open: het is een schottenpompje, met drie vaantjes. Na wat schoonmaken en olien komt er weer een oorverdovend geluid uit de hoorn. Janarie is er zichtbaar blij mee. In Reims zit ik voor een sluis op de achterste van de twee achterbolders aan de stuurboordzijde en ik help Janarie mee met invaren. T wil bij me zitten en ik zet haar op de bolder voor me. Ze wil me iets aanwijzen en draait naar me toe en prompt valt een van haar waterschoentjes weer (?!) in het water. Beduusd zie ik het schoentje uit het zicht verdwijnen, het blijft gelukkig wel weer drijven. Janarie stuurt eerst de sluis in en Henny schiet in haar badpak. De kanten zijn te steil en te hoog hier dus dat gaat niet lukken. Met de lange pikhaak komt ze er ook niet bij. Er ontstaat even een heftige woordenwisseling: waarom niet even gewacht, nu schut het schip al af en waarom wachten voor zo'n schoentje? Bij het uitvaren raken we nog aan de grond ook en duurt het even voor we weer op koers liggen. De sfeer is om te snijden. Janarie vraagt een opvarend jacht of ze het schoentje uit het water kunnen vissen. Ik zou dan met de fiets vanuit de volgende sluis terug kunnen fietsen. Terwijl ik vast maak in de volgende sluis zet Janarie al een fiets op de kant. Opeens komt er een andere fietser langs die de schoen afgeeft en zonder verder veel commentaar doorfietst: het jachtje heeft blijkbaar de schoen opgevist en zal deze aan een passerende fietser hebben meegegeven?! Nou, opeens probleem opgelost en de kou is weer uit de lucht. Verder door Reims waar ik weer van kan genieten. Henny en Marijke zijn beneden bezig met het diner voor vanavond: het is blijkbaar onze beurt om te koken als we weer langs de bevriende sluiswachter van sluis 5 varen. Het ruikt al heerlijk. De laatste sluis halen we niet maar Sebastiaan komt met zijn auto langs en schut de laatste na schuttijd handmatig voor ons zodat we toch onder zijn sluis komen te liggen. Op Franse tijd zitten we met zes volwassenen aan de uitgeschoven tafel in de kleine roef, waarbij die tafel dan nog geen formaat heeft van een gewone eettafel. Het eten en de wijn smaken heerlijk, Sebastiaan heeft weer slakken klaargemaakt, kan Marijke ook eens proeven. Daarna hebben we veel lol met een kaartspelletje. De ideale manier om mijn Frans weer een beetje op te halen. Te laat rollen we weer in bed, de afwas is voor morgen.

Woensdag 25
Te vroeg op. We varen naar de volgende sluis. Alleen Janarie en ik zijn op, de rest slaapt nog. Ik doe tussendoor de afwas van gisteravond, tijd zat voor. Ik zie verderop al de silo's waar we langs moeten naar Berry au Bac. Daar draaien we bakboord op, het Canal lateral a l'Aisne op. Er liggen zeker 8 spitsen daar aan de stuurboordkant, geen werk? Een stuk verderop draai ik naar stuurboord, richting Abbecourt, het Canal de l'Oise a l'Aine op. Een erg mooi stukje, zacht glooiend landschap, veel groen en erg rustig. Het is zonnig weer en lekker zacht. Marijke loopt op mijn aanraden ook even het leegstaande sluiswachtershuisje in bij de 2e sluis. Janarie besluit een pandje met de hond te gaan wandelen en Marijke gaat mee. Er staan bramen en er wordt een emmertje bramen geplukt. Ondertussen vaar ik verder met Henny. De pandjes zijn kort en gewoonlijk wil Janarie verder. Bij de volgende sluis zien we de lopers nog niet. Henny zet een fles fris op de sluismuur met bekers en een rugzakje en we gaan verder naar de volgende sluis. Het pand daarop is veel langer en we wachten even op de anderen. Bij het uitvaren horen we van een opvarende spits dat we moeten wachten bij de tunnel, er vaart een schip door en er komen er nog twee daarna onze kant weer uit. Dat blijkt bij de tunnel ook zo te zijn. Zwemtijd dus! Meteen even de haren wassen. Marijke vraagt aan mij haar shampoofles even aan te geven. Wat te enthousiast gooi ik die fles in het water maar de nieuwe volle fles komt niet meer boven. Die van mij bleef steeds keurig drijven maar die was ook al half leeg. "Beetje dom". Na zeker anderhalf uur komt er een woonspits uit het Souterain de Braye en Laonnois, gevolgd door twee geladen spitsen. Het licht springt op groen en wij erin, nadat Janarie het snellere jacht heeft voorgelaten. De grote axiale ventilator rechts van de ingang springt aan om de verbrandingsgassen uit de tunnel te drukken. Janarie zet een documentaire op over het onderzoek naar het vergaan van de Titanic, met mooie onderwaterbeelden, die we afkijken tot ver na de tunnel. Als ik buiten zit zie ik steeds op de stuurboordoever tussen het gras en de bomen een spoorlijn meelopen. Soms hangt deze zelfs boven het water als de oever wat is weggespoeld. De twee spoorstaven zijn steeds verbonden met stalen dwarsliggers. Deze bolle dwarsliggers herkende ik van de stalen platen waarmee her en der bij sluizen trappen naar het water waren gemaakt. En de spoorstaven zag ik regelmatig terug bij de oeverbescherming, waarbij de staven waren gebruikt om een beschermend stuk golfplaat of telefoonpaal op z'n plek te houden of bij sluizen waar de spoorstaaf is hergebruikt om de bovenzijde van de vernieuwde sluismuur te verstevigen en gladder te maken voor de touwen. Bij sluis 6, Pinon, stopt de reis voor vandaag. We leggen aan een betonnen wachtsteiger, waarvan het beton her en der totaal weg is geërodeerd en het wapeningsstaal vrij komt te liggen. Een horizontaal schoorstuk is helemaal verdwenen en het staal hangt slap boven het water. Het doet allemaal wel rustiek aan maar niet echt professioneel. Marijke en ik gaan even een stukje lopen door Pinon en Henny gaat een stuk hardlopen. Als we terug zijn komt Henny met een rood en bezweet hoofd binnen vallen. s' Avonds lees ik verder in het boek Wil en de Wildevaart, waarin Arie en Henny met hun gezin met vakantiekracht Wil rondvaren met een verlengde spits in de jaren vijftig ("alle gelijkenissen zijn toevallig en niet als zodanig bedoeld"), een boek wat Janarie weer van een andere spitsenvaarder te leen heeft gehad. Henny en Marijke nemen nog een duik in het nachtelijke duister en dan is het weer pitten.

Donderdag 26
Op tijd op en achter de sluis blijkt de Despatch, ook een spits die bij de "halte nautique" lag, blijkt al weg te zijn. Een stuk verderop varen we op een vernauwing af. Het lijkt net alsof het groen bezit neemt van het kanaal maar de kaart geeft het ook aan. Ik mik er netjes tussen en een beetje tot mijn verbazing ontwaar ik in het groen een reling en even later zelfs een pont canal. Een stuk hekwerk is er al uitgevaren, dat verbaast me niks, er staat zelfs niks aangegeven. We varen over een klein riviertje, de Vendle. Ik had het op de wandelkaart van Janarie natuurlijk kunnen zien maar ja, niet op gelet. Achter de laatste sluis Abbécourt van dit kanaal draai ik naar bakboord het Canal latéral à l' Oise op, richting Pont l'Evéque, Marijke voorop gebaard dat er geen kruisend scheepvaartverkeer aankomt. Een breed kanaal. Bij Pont l'Evéque draai ik naar stuurboord, het Canal du Nord op, bekend terrein. Meteen wachten op een uitvaart. Achter ons een Nederlandse pousseur, dus we kunnen alleen in de sluis. We hoeven het schip dus niet vast te leggen in de sluis, dit wordt haast een plezierreisje. We moeten een paar keer op de schutting wachten. We halen de vierde en laatste sluis voor de tunnel voor sluitingstijd en komen tot de tunnel. Janarie vraagt aan de laatste sluis of er een schip in de tunnel zit en dat blijkt zo te zijn. Hij meldt daarop dat hij na dat schip door de tunnel gaat na sluitingstijd. Men neemt dat blijkbaar voor kennisgeving aan. We leggen vast voor de tunnel als we inderdaad het schip ver in de tunnel zien en dus er is weer tijd om te zwemmen. Het is vochtig warm en ik heb me apezuur gezweet in die stoel. Heerlijk dat koele water. Als na een half uur het schip uitvaart gaan wij het Souterrain de Panneterie in. Als ik me afgedroogd heb en weer in de stuurhut kom is de stuurstoel leeg, Janarie is zich beneden omkleden en of ik het schip door de tunnel wil varen. Blijkbaar heeft deze tunnel twee geleidingen aan beide zijden, anders zou Janarie dit niet aan mij toe vertrouwen. Aan de andere kant van de tunnel stortregent het ondertussen, een waar regengordijn valt naar beneden. Janarie wil naar de volgende sluis doorvaren, in de stromende regen en invallende duisternis vaar ik daar naar toe. Janarie zet de radar aan, kan ik daar weer mee oefenen. Bij de eerste sluis na de tunnel ligt de Despatch en een Canal-du-Nord schip, we kunnen dus mooi morgen met de eerste schutting mee. We gaan tussen beide schepen liggen en rond half tien liggen we eindelijk vast. Henny wil morgenochtend meteen naar Nederland rijden dus dat wordt vroeg op: Janarie kan meteen met de eerste schutting mee om 7 uur, daarvoor moeten we dan al ontbeten hebben en moet de auto al op de kant staan. Kort nachtje dus.

Vrijdag 27
Henny rijdt al vroeg weg om de kinderen te gaan helen, tegelijkertijd brengt ze dan de logee's weer terug. Daarom ruim voor aanvang van de sluizen al buiten. Het heeft vannacht enorm geregend en dat is goed aan het kanaalpeil te zien. Al is de dijk hier boven sluis Lanquevoisin al behoorlijk verzakt is het toch bijzonder dat het water er gewoon overheen loopt. Aan de achterkant hoor ik echter nog veel meer water lopen als dat er overheen gaat. Dus het is ook nog gatenkaas. De kade die ooit eens in een mooie rechte lijn stond doet dat nu duidelijk niet meer. Ondertussen komt ook de buurman even kijken, want het is toch wel indrukwekkend. Hij vraagt zich hardop af: “ze zullen het toch wel repareren?” Waarschijnlijk niet eerder dan dat de dijk bezwijkt.

Zaterdag 28
Een schipper heeft altijd haast, logisch, want hoe eerder de reis is afgerond hoe eerder er weer een volgende aangepakt kan worden. En dat brengt nu éénmaal het geld in het laatje. Dat het Canal du Nord vreselijk vlug is afgelegd en dat de buren en wij dus royaal voor liggen op de aanvankelijk gemaakte planning is aanleiding genoeg om een nieuwe planning te maken. Waarbij in België nog een paar sluizen gedaan kunnen worden. Wat het voor de buren later in de week wat makkelijker maakt. Voor ons is het verschil niet zo groot en ga gewoon zoals gepland naar de ledenvergadering van onze coöperatie.

Zondag 29
Vandaag varen we het laatste stukje Frankrijk en naar de eerste sluis in Vlaanderen. Daar mag de beroepsvaart zondag niet schutten. Ondanks dat we er op tijd zijn ligt de kade mede met opvaart al wel helemaal vol en kunnen de auto niet aan de wal zetten. Dankzij een belletje naar de sluis weten we dat op tijd, want er is gewoon een sluiswachter aanwezig voor het geval dat er zich pleziervaart aandient. En gaat de auto er op de sluis in Wallonië af en rijdt Henny naar de volgende sluis. Het gebrek aan een autoafzetplaats boven sluis Menen wordt nu pijnlijk duidelijk.

Maandag 30
Zes uur, De sluisdeuren gaan open het licht op groen en op het marifoonkanaal van de sluis blijft het stil. Zoals gebruikelijk is Menen moeten de schippers zelf maar bepalen wie mee kan en wie niet en wie waar moet gaan liggen om zoveel mogelijk schepen mee te krijgen. Als wij bijna tegen de voorburen liggen kan de sluis deur nog niet dicht. Shit past niet. Buren schuiven nog iets op, maar deur kan nog niet dicht. Dan roept de sluiswachter op de marifoon dat het schip achter de pousseur niet mee kan. En dat we dat wel hadden moeten weten. Die opmerking viel bij mij verkeerd en antwoord dat wij niet achter een pousseur liggen, maar achter een canal du Nord schip. En dat het grote schip voor in de sluis waarschijnlijk niet goed is opgeschoven. Jawel schipper die ligt op vijf meter van de deuren. Ja, Dat is dus precies wat we hier achter te kort komen. En normaal is dat uw werk als sluiswachter, een sluisindeling maken. Dus achteruit eruit en wachten op de volgende schutting. Dan naar het sluiskantoor voor het opmaken van de vaarvergunning en het betalen van de vaarwegbelasting. De meneer is vriendelijk en blijkbaar het voorval van zo even weer vergeten, ik verlaat het sluisgebouw en terwijl ik richting de benedendeuren loop, bedenk ik me, als hij mij nu nog een hak wil zetten dan doet hij de deuren open zodat ik alsnog rond moet lopen. En ja hoor dat gebeurd ook. Ik moet er om lachen en draai me om en loop in de stromende regen rond langs de bovendeuren. Neem het de man ook eens kwalijk. Die stomme diknek Hollanders weten het ook altijd beter.

Dinsdag 31
Gisteravond lagen we verwaaid in Terneuzen en voor vanmorgen geven ze mist op. Kan het hier ook gewoon iets tussenin zijn? Er waren meer schepen die het gisteren wat te bont vonden, want het is nu heel erg druk. Bij de Volkerak komt net de middensluis beschikbaar uit onderhoud. Daar kunnen we zo in. Dat treffen we denk ik nog. Helaas blijkt er toch nog een storing te zijn en zitten we een uur in de sluis gevangen. Twee spitsen die net voor on uit zaten en via de jachtensluis gestuurd werden treft hetzelfde lot. Er is waarschijnlijk een kabel geraakt met graven. Uiteindelijk lukt het wel om ons via de ingevaren sluis aan de andere kant te krijgen. De twee spitsen moeten achteruit terug en alsnog via de beroepsvaartsluizen.

 Juli
2010
  
 September
2010